De Zorgketen
De Zorgketen
Een tragikomedie in meerdere bedrijven
Personages
De Cliënt
De Zorginstelling
De Ondersteuner
De Toezichthouder
De Verzekeraar
De Uitvoerder
De Incasseerder
Het Protocol
De Eindverantwoordelijkheid (verschijnt niet)
Eerste bedrijf – De Aanmelding
Cliënt:
“Goedemiddag, ik heb hulp nodig. Het gaat niet goed.”
Zorginstelling:
“Dat klinkt vervelend. Wij gaan kijken wat wij voor u kunnen betekenen binnen onze kaders.”
Cliënt:
“En als het misgaat?”
Zorginstelling:
“Dan kijken we opnieuw binnen onze kaders.”
(Het Protocol knikt goedkeurend.)
Tweede bedrijf – De Ondersteuning
Cliënt:
“Ik loop vast in het systeem. Kunt u helpen?”
Ondersteuner:
“Wij zijn er om u te ondersteunen.”
Cliënt:
“Oké, en wat doet u als het misgaat?”
Ondersteuner:
“Dan ondersteunen wij u bij het verwerken dat het misgaat.”
Derde bedrijf – Het Toezicht
Cliënt:
“Ik wil melden dat dit structureel fout loopt.”
Toezichthouder:
“Dank voor uw melding. Wij nemen signalen zeer serieus.”
Cliënt:
“En wat gebeurt er nu?”
Toezichthouder:
“Uw melding is geregistreerd.”
Cliënt:
“En daarna?”
Toezichthouder:
“…daarvoor is deze afdeling niet bevoegd.”
(Het Protocol schuift een formulier naar voren.)
Vierde bedrijf – Het Geld
Cliënt:
“Ik word financieel geschaad door deze situatie.”
Verzekeraar:
“Wij vergoeden zorg volgens polisvoorwaarden.”
Cliënt:
“Maar deze zorg schaadt mij.”
Verzekeraar:
“Daar gaan wij niet over.”
Cliënt:
“Wie dan wel?”
Verzekeraar:
“Waarschijnlijk iemand anders.”
Vijfde bedrijf – De Uitvoering
Cliënt:
“Deze rekening klopt niet.”
Uitvoerder:
“De wet schrijft dit zo voor.”
Cliënt:
“Maar de context—”
Uitvoerder:
“Context valt buiten onze taakomschrijving.”
Zesde bedrijf – De Incasso
Cliënt:
“Dit is het gevolg van falende zorg.”
Incasseerder:
“Wij innen slechts.”
Cliënt:
“Maar iemand moet toch—”
Incasseerder:
“Niet wij.”
Zevende bedrijf – Het Grote Overleg
(Alle partijen zitten aan tafel.)
Cliënt:
“Wie is hier verantwoordelijk voor het geheel?”
Zorginstelling:
“Wij voor ons deel.”
Ondersteuner:
“Wij voor ons deel.”
Toezichthouder:
“Wij voor het proces.”
Verzekeraar:
“Wij voor de betaling.”
Uitvoerder:
“Wij voor de uitvoering.”
Incasseerder:
“Wij voor de vordering.”
Cliënt:
“En het geheel?”
(Stilte. Het Protocol schuift nog een formulier naar voren.)
Finale
Cliënt:
“Dus iedereen is verantwoordelijk?”
Allen:
“Ja.”
Cliënt:
“Maar niemand aansprakelijk?”
Allen (opgelucht):
“Precies.”
(Het licht dooft. De Cliënt betaalt eigen bijdrage. Applaus.)







